Duizeligheid

Iedereen is wel eens duizelig geweest, toch is het vaak moeilijk om het begrip duizeligheid te omschrijven.  Grofweg kan je de duizeligheid in 2 hoofdgroepen indelen. Je kan het gevoel hebben dat de relatie tussen jezelf en de ruimte verstoord is (draaiduizeligheid) of je kan klachten van een flauwte en of licht gevoel in je hoofd hebben (duizeligheid zonder draaierig gevoel).

Draaiduizeligheid

Normaal gesproken heeft de mens een een aantal systemen welke informatie geven over de ruimte om zich heen en over de positie wat het lichaam daarin inneemt. Een verstoring in deze systemen kan voor een duizeligheid of disbalans zorgen. Ten eerste zijn er de evenwichtsorganen welke gelegen zijn in het binnenoor. Het evenwichtsorgaan registreert veranderingen in bewegingen van het hoofd en kan versnellingen van het hoofd registeren. De ogen zijn ook belangrijk in de oriëntatie van het lichaam ten opzichte van de omgeving. Je kan dit makkelijk opmerken als je je ogen sluit, je merkt dat je dan minder stabiel bent. Als laatste zitten er spierspoeltjes in de gewrichten en pezen van je benen en nek. Deze geven voortdurend terugkoppeling aan de hersenen over hun stand ten opzichte van de romp. Al deze informatiebronnen worden samengevoegd en teruggekoppeld naar de hersenstam en kleine hersenen welke op hun beurt adequaat kunnen reageren door informatie terug te sturen naar het lichaam. Vaak gaat dit alles ongemerkt en zijn we ons hier niet van bewust. Als er echter informatie doorgestuurd wordt naar de grote hersenen welke nieuw of onbekend zijn kan duizeligheid optreden.  De duizeligheid kan geassocieerd zijn met andere symptomen als angst, transpireren, geeuwen, zuchten, misselijkheid en braken.

Duizeligheid zonder draaierig gevoel

Vaak ontstaat deze vorm van duizeligheid bij het te snel opstaan uit bed en of stoel en gaat gepaard met een licht gevoel in het hoofd en het zwart worden voor de ogen. Deze vorm van duizeligheid wordt veroorzaakt door het te laat aanpassen van de bloeddruk in een houding. Door het rechtop komen neemt de bloeddruk af en krijgen de hersenen minder zuurstof. Dit wordt normaal gesproken ondervangen door een reflex welke de bloeddruk aanpast naar de slagaderen van de hersenen zodat het lichte gevoel in het hoofd voorkomen wordt. Als dit echter te laat optreed kan een gevoel van duizeligheid optreden.

Andere gevallen van de duizeligheid zonder draaigevoeligheid kunnen cervicogene duizeligheid/nekklachten zijn. Door pijnklachten in de nek kan er een functie verlies optreden van de van de wervels hoog in de nek. Deze geven normaal gesproken informatie door aan de hersenstam en kleine hersenen over de positie van het hoofd ten opzichte  van het lichaam. Een verstoring van hiervan kan daardoor leiden tot duizeligheid. Ook hyperventilatie, lage bloedsuikerspiegels en hartritmestoornissen kunnen aanleiding geven tot duizeligheid.

Het belangrijkste tijdens de intake is om duidelijk te achterhalen wat de oorzaak is van de duizeligheid. Voor u is het daarom van belang om de duizeligheid zo goed mogelijk probeert te omschrijven. Er zullen veel vragen gesteld worden om te kijken of er nog andere neven symptomen zijn die het makkelijker maken om de oorzaak van de duizeligheid te verklaren.

Tijdens het onderzoek wordt gekeken naar de werking van het zenuwstelsel. Hiervoor er naar oogbewegingen gekeken worden en gehoorfunctie. Ook zal de bloeddruk gemeten worden in zowel liggende als staande positie. Verder wordt de nek en het hoofd onderzocht. Het onderzoek wordt zo uitgebreid uitgevoerd aangezien duizeligheid door zoveel oorzaken veroorzaakt kan worden. Na de intake en onderzoek zal u uitleg krijgen over de gevonden resultaten en de eventuele behandelwijze zal met u besproken worden. Mocht er geen indicatie voor behandeling gevonden worden dan zal u teruggestuurd worden naar de huisarts voor verder onderzoek.